Bijzonder: prinses Beatrix ziet na 88 jaar haar verdwenen wieg terug
In dit artikel:
Het Nationaal Vlechtmuseum in Noordwolde viert dit jaar zijn 25-jarig bestaan met een speciale top 25-tentoonstelling en ontving daarvoor prinses Beatrix, die daarbij een persoonlijke herinnering terugkreeg: de wieg die in 1937 speciaal voor haar geboorte werd gemaakt. Beatrix onthulde het meubelstuk en keek er duidelijk bewonderend naar; ze zegt er geen directe herinneringen aan te hebben, maar vermoedt dat verhalen en foto’s haar beeld hebben gevormd.
Het verhaal begint op 15 juni 1937, wanneer prinses Juliana via de radio bekendmaakt dat zij in verwachting is. Zusters Diaconessen in Den Haag besluiten een zelfgevlochten wieg als cadeau aan te bieden. Voor het ontwerp schakelt Jan Koerts, directeur van de Rijksrietvlechtschool in Noordwolde, zich in; Juliana geeft nog enkele wijzigingen. Hoewel kranten vermeldden dat één diacones de wieg vlechtten, vermoedt het museum dat het vakwerk door professionals van fabriek Rohé in Noordwolde is gemaakt. De Haagse firma Mutters spuitte de wieg in een bijpassende kleur, en de Diaconessen verzorgden de voeringen en textiel (onder andere een quilt).
De wieg werd pas op 5 januari 1938 aangeboden op Paleis Soestdijk, omdat prins Bernhard eind november 1937 betrokken was bij een auto-ongeluk en enige tijd in het ziekenhuis verbleef. Beatrix had meerdere wiegen ter beschikking, waaronder een Amsterdamse wieg naar ontwerp van Karel de Bazel en later bij haar doop een draagmand van riet.
In 1953, na de Watersnoodramp, verzamelde Juliana spullen om te schenken aan slachtoffers; in februari van dat jaar schonk ze volgens een krant ook “een wieg met toebehoren” aan het Rode Kruis. Door de chaos van de hulpacties raakte het meubel uit beeld en de locatie bleef lange tijd onbekend. De Rijksrietvlechtschool sloot in 1969; in 2001 opende in hetzelfde pand het Nationaal Vlechtmuseum.
Ter voorbereiding op het jubileum liet het museum een replica maken van de wieg op basis van één foto. Een reportage van Omrop Fryslân bracht onverwacht nieuwe informatie: in Zeeland werd herkenning getoond en kwamen verschillende puzzelstukjes samen. De wieg bleek tijdens de evacuaties in Doorn bij de familie Fierens terechtgekomen; toen die terugkeerde naar Zierikzee ging de wieg mee en belandde uiteindelijk op de zolder van Dick Fierens. Museummedewerkers herkenden het object bij inspectie en konden vaststellen dat het de in 1938 aangeboden wieg was. Fierens stemde in met een tijdelijke uitleen aan het museum, waardoor het stuk nu centraal staat in de jubileumtentoonstelling.
Tijdens haar bezoek reageerde Beatrix blij dat de wieg nieuwe bekleding heeft gekregen; ze kreeg een boeket met rietbloemen en merkte op dat het fijne vingers vereist om zulk vlechtwerk te maken. De terugkeer van de wieg naar Noordwolde sluit de cirkel van “het verhaal van de verloren wieg” en vormt een publiektrekker voor het museum dat de regionale traditie van riet- en rotanvlechten onder de aandacht brengt.