Déze royal vrouwen kregen geen kans op de troon
In dit artikel:
De volgende generatie Europese troonopvolgers bestaat opvallend vaak uit vrouwen, onder wie prinses Amalia, de Belgische prinses Elisabeth, de Noorse prinses Ingrid Alexandra en de Spaanse prinses Leonor. Dat is mede het gevolg van hervormingen waardoor vrouwen in veel monarchieën niet langer automatisch worden gepasseerd door jongere mannelijke familieleden.
Dat was vroeger anders. In Noorwegen stond prinses Märtha Louise na haar geboorte in 1971 direct achter haar vader, koning Harald, in de lijn van troonopvolging. Toen haar broer Haakon twee jaar later werd geboren, kreeg hij op grond van de toenmalige regels voorrang. Noorwegen schafte die mannelijke voorkeur in 1990 af, maar niet met terugwerkende kracht. Daardoor bleef Haakon erfgenaam. Märtha Louise vertelde later dat zelfs was overwogen haar alsnog tot koningin te maken, maar zei uiteindelijk blij te zijn dat haar broer die verantwoordelijkheid draagt.
Ook prinses Caroline van Monaco zag de troon tweemaal aan zich voorbijgaan. Eerst werd ze na de geboorte van haar broer Albert in 1958 gepasseerd. Toen Albert in 2005 vorst werd en nog geen kinderen had, stond Caroline opnieuw bovenaan. Na de geboorte van Alberts tweeling in 2014 werd echter zijn zoon Jacques erfgenaam, hoewel zijn zus Gabriella twee minuten eerder was geboren. Caroline staat nu derde in de lijn.
Gelijke erfopvolging is nog niet overal ingevoerd. In Japan kan prinses Aiko, het enige kind van keizer Naruhito, volgens de huidige wet geen keizerin worden. Ook in onder meer Jordanië, Marokko en Saoedi-Arabië is de opvolging beperkt tot mannen. In Spanje is Leonor momenteel eerste in lijn, maar een eventuele jongere broer zou haar volgens de huidige regels kunnen passeren. De Europese monarchieën worden dus vrouwelijker, terwijl oude ongelijkheidsregels op sommige plaatsen blijven bestaan.
Vandaag Inside: Johan Derksen blikt op geheel eigen wijze terug op opnames voor bioscoopfilm De Bevers