Een "dwinger" van de Koning
In dit artikel:
In Emmen valt de naam van zijn straat — “de Dwinger” — de evangelist Reinier van Klinken telkens op en zet hem aan het denken over zijn werk. Het bordje roept de bijbelse gelijkenis van het bruiloftsmaal in herinnering: dienaren worden uitgestuurd om gasten te roepen, maar velen weigeren omdat bezit en respectabiliteit voorrang krijgen. Daarom wordt opdracht gegeven ook de wegen, heggen en stegen te gaan en de buitenstaanders “noodzakelijk” te maken om te komen — juist degenen die mank, gekwetst of afgewezen zijn.
Van Klinken gebruikt die scène om zijn roeping te duiden: evangelisatie is er vooral voor mensen die zich onwaardig voelen, beschadigd door het leven of de kerk, en die denken dat ze niet met lege, bevuilde handen bij de Koning mogen aankloppen. Juist bij hen moet de oproep doordringen dat alles al gereed is en dat de Gastheer verlangt dat zij komen; het gaat er niet om iets mee te brengen, maar om de bereidheid te komen. In zijn werk in deze wijk ontmoet hij regelmatig mensen met “krasjes op de ziel” — diepe pijn en het gevoel nooit goed genoeg te zijn — en dat bevestigt voor hem het belang van doelgerichte outreach naar zulke outcasts.
De straatnaam fungeert voor hem als een dagelijkse meetlat: herinnert en vraagt of hij zijn taak vervult. Hij verwijst daarbij naar Bijbelse teksten (onder meer Ezechiël 33:11) en de Dordtse Leerregels om te onderstrepen dat de Heer zich naar de bekering van zondaren uitstrekt. Als kanttekening merkt hij op dat sommigen twijfelen of het ambt “evangelist” vandaag nog bijbels verantwoord is; hij biedt de straatnaam als alternatief etiket voor zijn praktijk.
Reinier van Klinken staat namens de Gereformeerde Gemeenten als evangelist in Emmen: zijn dagelijkse missie blijft mensen overtuigen dat ze, juist als ze gebroken zijn, welkom zijn aan de tafel van de Koning.