Ex-prins Andrew en zijn dochters onder vuur: Beatrice en Eugenie betalen geen cent huur, terwijl William 346.600 euro aftikt
In dit artikel:
Een recent onderzoek van de Britse rekenkamer (NAO) zet vragen over privileges binnen het koningshuis in de schijnwerpers. De NAO concludeert dat prinsessen Beatrice en Eugenie nooit zelf huur hebben betaald voor hun woningen in koninklijke paleizen in Londen: de kosten werden jarenlang door koningin Elizabeth gedragen en komen nu uit de privé-inkomsten van koning Charles. De paleizen zelf worden wel met publiek geld onderhouden, waardoor de regeling gevoelig ligt bij het publiek.
Beatrice woont sinds 2008 in St James’s Palace; Eugenie verhuisde in 2018 naar Ivy Cottage op het terrein van Kensington Palace. Het rapport stelt dat de gehanteerde huurprijzen sterk verouderd waren en substantieel onder de marktwaarde lagen. Een interne regel om minimaal 60 procent van de marktwaarde te rekenen, werd volgens de NAO niet nageleefd.
Troonopvolger prins William huurt wel: hij betaalt jaarlijks meer dan 346.600 euro voor Forest Lodge in Windsor, waar hij in 2023 met prinses Kate en hun kinderen introk. Ook de woonsituatie van prins Edward en zijn vrouw Sophie is door het onderzoek bekeken.
Verder onthult de NAO nieuwe details over prins Andrew. Voor Royal Lodge in Windsor betaalde hij aanvankelijk een premie van £1 miljoen en beloofde hij £7,5 miljoen te investeren in renovaties, en kreeg in ruil een 75-jarig huurcontract met een zogenaamd symbolische huurprijs. Het rapport stelt dat Andrew in de praktijk geen huur verschuldigd was voor het hoofdverblijf. Hij ontving daarnaast inkomsten uit de verhuur van drie cottages op het domein; het exacte huurbedrag is onduidelijk en die woningen staan sinds april leeg.
De bevindingen leiden tot politieke en publieke kritiek: enerzijds vanwege de lage of afwezige huur ten opzichte van marktwaarden, anderzijds omdat betrokken prinsessen financieel zelfstandig zijn en gehuwd met vermogende partners. De NAO-aanpak benadrukt het gebrek aan transparantie rond interne huurregelingen en verhoogt de druk op het koningshuis om duidelijkheid te geven over wie betaalt voor wat en waarom.