Gedeputeerde Friso Douwstra teleurgesteld, maar niet verslagen: 'Set oanfragen foar nije gaswinning op pauze'
In dit artikel:
Gedeputeerde Friso Douwstra (Fryslân) is teleurgesteld nu de Tweede Kamer dinsdag een motie verwierp die gaswinning in het veenweidegebied tijdelijk zou willen stoppen totdat vervolgonderzoek naar bodemdaling is afgerond. Douwstra, namens het provinciebestuur fel tegen onshore gaswinning, waarschuwt dat winning de al bestaande daling door veenoxidatie versterkt en grote gevolgen heeft voor funderingen, waterhuishouding, bodem en natuur.
Het CDA, de partij van Douwstra, stemde tegen de motie. Dat leidde tot ongemak: Douwstra benadrukt dat hij sprak als gedeputeerde, niet als CDA’er. Critici, zoals GroenLinks-woordvoerder Jochem Knol, noemen het opvallend dat CDA-Kamerlid Henk Jumelet als voormalig gedeputeerde van Drenthe eerder pleitte voor stopzetting maar nu een andere koers verdedigt. Jumelet en anderen stelden dat de motie ook vergunningen zou raken en daarom neerkomt op contractbreuk met bedrijven die al toestemming hebben; Douwstra noemt dat een te enge uitleg: een motie wijzigt de wet niet, maar vraagt het kabinet om actie binnen bestaande kaders.
Douwstra pleit voor een beperkter middel: een moratorium op lopende aanvragen voor nieuwe winningen totdat de gevolgen zijn onderzocht. Dat is relevant, want er lopen achttien nieuwe aanvragen voor gaswinning in Fryslân, veel in veenweidegebieden—variërend van nieuwe velden tot extra pompen in bestaande velden.
Als gaswinning toch doorgaat, eist Douwstra dat de regio substantieel meedeelt in de opbrengsten: niet de huidige 5 procent die in het Rijk-bedrijvenakkoord staat, maar 33 procent. Demissionair minister Hermans vond dat onrealistisch en de Kamer nam geen initiatief om het aandeel te verhogen. Douwstra is bovendien kritisch op een verborgen voorwaarde in het akkoord: winstdeel alleen als er geen bezwaarprocedures lopen en niet met terugwerkende kracht na afronding daarvan. Dat ontmoedigt bezwaar maken en schaadt volgens hem publiekrechtelijke belangen.
Lokale politici wijzen ook op de menselijke kant: bewoners en ondernemers zitten in onzekerheid over funderingsschade. De Commissie Mijnbouwschade zou te technisch zijn en te weinig oog hebben voor de sociale gevolgen, waardoor het lastig is om oorzakelijk verband met gaswinning te bewijzen. BBB’er Robert Lenes wil dat de kosten van extra waterbeheer door bodemdaling bij gasbedrijven komen te liggen en stelt voor dat het waterschap die kosten bij Den Haag declareert.
Tegelijk roepen Douwstra en Statenleden op tot modernisering van de Mijnbouwwet uit 1962: vergunningverlening moet rekening houden met cumulatieve bodemdalingen, regionale batendeling moet wettelijk vastliggen en lagere overheden dienen meer invloed te krijgen. Een nieuwe wet is in ontwikkeling maar wordt waarschijnlijk pas rond 2028 naar de Raad van State gestuurd; dat wekt de vrees dat er in de tussentijd nog veel aanvragen op basis van de oude regels worden verwerkt.