Koning Charles betaalt de huur van prinsessen Beatrice en Eugenie
In dit artikel:
Een nieuw rapport van de Britse National Audit Office over koninklijke woonafspraken zorgt voor commotie, vooral omdat prins Andrew en zijn dochters prinses Beatrice en prinses Eugenie daarin worden genoemd. De studie, uitgevoerd naar aanleiding van vragen over Andrews lease van Royal Lodge, concludeert dat de huur voor de appartementen van Beatrice (St James’s Palace) en Eugenie (Ivy Cottage, Kensington Palace) door koning Charles wordt voldaan. Het gaat om een gereduceerde huur—ongeveer 60 procent van de marktwaarde—die uit de Privy Purse, het privévermogen van de koning, wordt betaald.
Die regeling dateert van het bewind van koningin Elizabeth, maar leidt opnieuw tot discussie omdat beide prinsessen volwassen, financieel onafhankelijk zijn en ook elders wonen (Beatrice deels in de Cotswolds, Eugenie deels in Portugal). Het rapport vermeldt verder dat Andrew drie cottages op het terrein van Royal Lodge onderverhuurde aan personeel; hoeveel hij daarmee verdiende is niet openbaar, maar de onderverhuur bleek volgens de leasevoorwaarden toegestaan. Andrew heeft zijn lease voortijdig beëindigd en het pand verlaten na ophef over zijn banden met Jeffrey Epstein.
Buckingham Palace begroette het onderzoek als een teken van transparantie, maar critici blijven ontevreden. Oud-minister Norman Baker noemde de regeling onaanvaardbaar en betoogde dat niet-werkende familieleden niet via middelen als de Duchy of Lancaster gesubsidieerd zouden moeten worden, wat volgens hem het publiek misleidt.