Moeten Beatrice en Eugenie straks ook hun 'paleishuis' inleveren?
In dit artikel:
Prinsessen Beatrice en Eugenie verschijnen voorlopig minder vaak bij publieke koninklijke momenten nu opnieuw documenten rond Jeffrey Epstein vragen oproepen over oude contacten. Britse media wijzen op e-mails die suggereren dat de zussen ooit in Epstein‑kringen zijn geweest of dat er verzoeken waren om bekenden van hem rond te leiden. Er is geen bewijs van strafbaar gedrag, maar de hernieuwde aandacht zorgt voor ongemak en publieke druk.
Dat verklaart waarom de York‑zussen grotere society‑events zoals Cheltenham of Royal Ascot voorlopig mijden, en mogelijk ook grotere familiebijeenkomsten zoals kerst op Sandringham of de paasdienst in Windsor kunnen overslaan. De kwestie raakt extra gevoelig omdat Beatrice en Eugenie geen fulltime werkende royals zijn: hun titels en familienaam gaven hen voorheen toegang tot netwerken en goede doelen, maar die voordelen worden nu kritischer bekeken.
Ook hun huisvesting komt onder de loep. Tot 2017 deelden ze een appartement in St James’s Palace; Eugenie woonde na haar huwelijk in Ivy Cottage bij Kensington Palace. Inmiddels wonen Beatrice en echtgenoot Edoardo Mapelli‑Mozzi in de Cotswolds, en verdeelt Eugenie haar tijd tussen Londen en Portugal. Het recht op wonen in paleiswoningen is geen vanzelfsprekendheid: zulke ‘grace‑and‑favour’ regelingen worden geregeld door koninklijk beleid en kunnen — historisch gezien — door de monarch worden toegekend of ingetrokken.
De discussie is deels politiek: paleiswoningen vallen onder Crown Estate‑constructies waarvan opbrengsten naar de schatkist gaan, en de monarchie ontvangt financiering via de Sovereign Grant. Als voordelen ver onder marktwaarde worden verstrekt, is daar publieke gevoeligheid voor, zeker nu de reputatie van de familie York ter discussie staat. Of de zussen hun paleisaccommodatie verliezen, is niet zeker, maar de vraag ligt nu veel prominenter op tafel dan eerder.