Topondernemer Aad de Boo gaf zijn krachten aan het Koninkrijk

vrijdag, 24 april 2026 (14:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Aad de Boo (93) — oud‑ondernemer van het familiebedrijf De Boo bouwmaterialen — woont sinds vorig jaar met zijn vrouw in een appartement van het particuliere verpleeghuis Sint Jozefpaviljoen in Gouda, na 53 jaar in het buitengebied bij Delfgauw te hebben gewoond. De Boo groeide op in Delft en nam op 23‑jarige leeftijd in 1955 het bedrijf plotseling over toen zijn vader ernstig ziek werd; onder zijn leiding groeide de zaak landelijk en in 1987 verkocht hij het miljoenenbedrijf om zich volledig aan maatschappelijke taken te wijden.

Zijn maatschappelijke betrokkenheid is omvangrijk. De Boo zat in besturen van gereformeerde scholen en zendingsorganisaties en was medeoprichter van stichting Hulp Oost‑Europa (HOE). Met die organisatie organiseerde hij, vaak in het diepste geheim, transporten van Bijbels naar landen achter het IJzeren Gordijn; die acties gebeurden met bijvoorbeeld een camper met dubbele bodem en leverden zowel succes- als angstige momenten op (één keer werden ze betrapt en teruggestuurd). Vrienden omschrijven hem als een bescheiden maar beslissende figuur die het liever anderen laat opvallen dan zelf de voorgrond zoekt.

Persoonlijk vertelt De Boo over oorlogservaringen uit zijn jeugd — een Duitse parachutist die op het dak van het huis landde en het zicht op het bombardement van Rotterdam — en over de ontnuchterende periode waarin het gezin moest uitwijken vanwege Duitse V1‑installaties. Zijn bedrijf groeide juist door de naoorlogse wederopbouw; hij zegt te hebben geleid door mensen om zich heen te verzamelen die het beter wisten dan hij en door eerlijkheid hoog in het vaandel te dragen.

Privé is hij bijna zeventig jaar getrouwd met Toos en vader van zeven kinderen; één dochter, Lennie, overleed bijna drie jaar oud na langdurige ziekenhuisverpleging — een verlies dat hij en zijn vrouw blijvend voelen. Hoewel zijn geheugen met de leeftijd soms hapert, blijft zijn geloof centraal staan: dagelijks besef van zonde, dankbaarheid en het verlangen het werk van het Koninkrijk te dienen. Hij zegt dat herinnerd worden voor zijn inzet voor dat Koninkrijk hem het meest zou behagen.

De Boo reflecteert ook op ouder worden en maatschappelijke trends: hij prijst de zorg in het verpleeghuis, erkent de beperkingen van ouderdom en pleit er bij de overheid voor meer medeleven in de samenleving. Zijn levensverhaal verbindt ondernemerschap, kerkelijk engagement en stille daadkracht — van leiding geven aan een nationaal concern tot het risicovolle smokkelen van Bijbels in het oosten van Europa.