WRR-voorzitter Corien Prins: 'Wereldorde uit elkaar door fragmentatie van macht, waarden en weerbaarheid' | opinie

zaterdag, 14 maart 2026 (19:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Corien Prins, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, hield donderdags de jaarlijkse Huber-lezing bij de Academie van Franeker. Haar kernstelling: de wereldorde zoals Nederland die kende valt uiteen en dat dwingt tot harde keuzes waarbij telkens de afweging tussen weerbaarheid, welvaart en waarden centraal staat.

Prins beschrijft 2025–begin 2026 als een periode van versnellende geopolitieke schokken: de oorlog in Oekraïne, de opkomst van China, het onvoorspelbare buitenlandse beleid van de huidige Amerikaanse president (inclusief symbolische discussies over Groenland) en recente aanvallen op Iran die een regionaal conflict hebben aangewakkerd. Tegelijk zijn dreigingen dichterbij gekomen: onbekende drones boven vliegvelden, cyberaanvallen op vitale systemen en grootschalige desinformatie via platforms als Facebook en X.

Ze introduceert fragmentatie op drie niveaus als ordeningsprincipe. Ten eerste: nieuwe actoren — naast staten spelen megabedrijven en snelgroeiende landen (China, India, Rusland) een bepalende rol; bedrijven zoals SpaceX hebben al invloed op oorlogvoering. Ten tweede: het instrumentarium van macht is uitgebreid: economische sancties, digitale infrastructuur, voedselveiligheid, satellietbanen en klimaatveranderingen (denk aan smeltend ijs rond Groenland) beïnvloeden geopolitiek. Ten derde: uiteenlopende ideologieën en wereldbeelden verdringen het vroegere idee van een universeel model van democratie plus neoliberaal kapitalisme.

Voor Nederland en Europa schetst Prins harde dilemma’s: de afhankelijkheid van Chinese grondstoffen en onderdelen voor zonne-energie en elektrische auto’s maakt de energietransitie kwetsbaar, maar strategische onafhankelijkheid heeft een prijs. Minder afhankelijkheid van Amerikaanse tech betekent functionele concessies. Kortom: beleidskeuzes zijn steeds tastbare ruilen tussen veiligheid, economische welvaart en normatieve principes.

Prins betrekt Ulrik Huber — de naamgever van de lezing — als intellectuele relais: zijn pleidooi voor wettelijke grenzen aan willekeurige overheidsmacht is juist in deze tijden relevant. Geopolitieke spanningen werken door in de democratische rechtsstaat en kunnen polarisatie, complotdenken en erosie van solidariteit en rechtsbescherming veroorzaken. Prins waarschuwt dat een te enge focus op veiligheid de proportionaliteit en subsidiariteit van maatregelen kan ondermijnen; ze stelt de term ‘oorlogsrechtsstaat’ voor om het debat te scherpen.

Haar afsluitende oproep: houd de rechtsstatelijke beginselen (evenredigheid, proportionaliteit, subsidiariteit) overeind en start een brede politieke en maatschappelijke dialoog over de afwegingen tussen weerbaarheid, welvaart en waarden — niet uit naïviteit afwachten, maar bewust kiezen.